SCHRIJFATELIER

Creatief schrijven in Chanteuges

tot onze spijt is er geen cursus schrijven in 2017

SLIJP JE PEN

EEN HANDVOL LETTERS gedichten schrijven

-Waar
-
de cursussen

Op een schitterende locatie in de Auvergne waar u zich terugwaant in de tijd, aan de voet van de Romaanse abdij van Chanteuges waar u kunt logeren 'in La Grande Maison'. Een schitterend gerestaureerd huis gebouwd op een 12de eeuwse kapel met restaurantje en terrassen waar het heerlijk dineren is en u uitzicht heeft op de Desges. In de ochtend de cursus en 's middags na een overheerlijke picknick aan de rivier of boven op de berg alle vrijheid om te relaxen, te wandelen, te zwemmen, kanoën, golfen, of cultuur op te snuiven. Meer over de logies etc. klik hierboven aan deze pagina op de knoppen

1) cursus schrijvenweek 1

SLIJP JE PEN
de eerste week

Met veel plezier gedichten en verhalen schrijven, dat is het belangrijkste in deze cursus. Je krijgt opdrachten met een grote variatie aan onderwerpen en schrijfvormen. De ene keer mondt dat uit in een (kort) verhaal, de andere keer in een gedicht. We schijven bijvoorbeeld naar aanleiding van muziek of een voorwerp, naar aanleiding van het gedicht van een bekende dichter, over geuren, of een herinnering, over een ervaring, of een tekstfragment. Maar altijd doen we een beroep op de fantasie, op onze verbeeldingskracht.
Je leert op veel manieren associëren, inspiratiebronnen aanboren, schrijfmateriaal verzamelen en selecteren. In de middag en avond werk je op je eigen manier verder aan je teksten. We bespreken elkaars werk en lezen voor, daar kun je veel van leren. Loop je vast, heb je vragen, of tips nodig dan is er de docente die je verhaal, of gedicht weer vlot kan trekken. Want uiteraard krijg je uitgebreid feedback en opbouwend commentaar over wat er geschreven is.
Plezier hebben en houden in schrijven is het belangrijkste, je eigen schrijfniveau kan alleen maar vooruit gaan. Tijdens deze vijf dagen duik je onder in de taal van de verbeelding. Je haalt de schrijver in jezelf omhoog en ontdekt de magie van het  woord. Je komt zo steeds dichter bij de kern van wat je wilt zeggen. En heb je de smaak te pakken dan kun je je ook nog een week verdiepen in gedichten schrijven.

week 2

EEN HANDVOL LETTERS
gedichten schrijven

Misschien houd je ook een dagboek bij, of schrijf je kleine dingen in een aantekenboekje dat je altijd bij je hebt; dingen die je opvallen, dingen die om je heen gebeuren. Misschien blijven je gedachten in je hoofd zwerven om later in een schrift te eindigen. Het zou ook kunnen dat je het idee aanhangt dat je geen fantasie hebt? Met schrijven in een cursus kun je afrekenen met die doemgedachten en jezelf het tegendeel bewijzen. Je ontdekt hoe je de taal in jezelf kunt vormgeven, hoe je een woord de ruimte geeft. De zomercursus “Een Handvol Letters” is een onderzoekingstocht en een ontdekkingsreis tegelijk en bedoeld voor liefhebbers van het woord waarbij veel of weinig schrijfervaring er niet toe doet.

 

Aan dit schrijfatelier kunnen maximaal 8 cursisten deelnemen.

De cursus wordt van maandag tot en met vrijdag gegeven van 09.00 tot 12.30 uur of van 9.30 tot 13.00 u.

klik hier voor data en prijzen

 

 

2) de schrijfcursus o.l.v. Elle Eggels

Hieronder de schrijfresultaten van week 18 tot 24 augustus 2013

Marktkleuren

 Op het hoekje van het kleurrijke marktplein staat Marlène met haar groente en fruit kraam. Haar blonde haar is in een kort staartje naar achteren gestoken. In haar rechter oor prijken drie knopjes en één lange hanger. Haar linkeroor is tevreden met één knopje en eenzelfde lange hanger. Haar slanke lichaam is in een zwart vestje met beige hartjes verstopt. Op haar zwarte sportschoenen loopt ze vlot en snel met haar klanten mee langs de oranje abrikozen, de dieppaarse aubergines, de enorme donkergroene courgettes en de paarse, gele en groene pruimen. Haar slanke vingers weten als geen ander de juiste pruimen uit de kisten te toveren. Mevrouw Bougette moet zachte net iets te rijpe pruimen hebben voor haar kunstgebit. Mevrouw Tartin moet juist harde net nog niet rijpe pruimen hebben, omdat ze haar fruit graag voor de sier op een schaal neerlegt. Meneer Pistache krijgt stiekem altijd net iets meer, omdat zijn huis zo grauw en gerimpeld is dat het niet anders kan dan dat hij vitaminen mist.
 Marlène houdt van haar groente en fruit kraam. Ze houdt van het gekleurde volle plein. Het geroezemoes van de mensen die zich heen en weer bewegen langs haar kraam; de rood gele, groene en blauwe parasols; de geuren van knoflook en blauw gesmolten kaas; de vrouwen die stokbroden als baby’s vasthouden; de kinderen die druiven pikken en de honden die kwispelend de gevallen worstenschillen oplikken. Ze houdt van alle kleuren die de markt vullen.
 Toch is er een zwarte grijze vlek die haar ochtend bederft. Het is meneer Gramar die naast haar staat met een peuk in zijn mond en een geraspte stem waarmee hij zijn groenten en fruit aanprijst. Zijn enorme bochelneus die slijm naar binnen snuift als bevestiging van zijn prachtprijs voor de verwelkte sla die voor hem ligt. Zijn grote mond die smakkend een tomaat vermorzeld, terwijl hij vraagt: “Voulez vous goûter, Madame?”
 Marlène trekt haar vestje strakker dicht. Niet alleen meneer Gramar lijkt vandaag de kleuren van de markt te verstoren. Plots schuift er een langgerekte grijze wolk voor de zon. De abrikozen en pruimen verliezen hun glans; de aubergines veranderen van paars naar zwart en de courgettes vallen ondanks hun grootte niet meer op. Lege plastic zakjes zwieren met papieren servetjes door de lucht; prijskaarten wapperen omhoog en vallen weer terug; parasols wuiven heen en weer; honden verstoppen zich achter kisten en vrouwen grijpen hun stokbroden steviger vast.
 Marlène klapt haar parasol in en knoopt hem stevig vast. Meneer Gramar blijft ongestoord proberen de schreeuwende wind te overstemmen. Zijn gerapte stem en de grijze donkere lucht verdrijven samen de kleuren van de markt.
Dan wordt een oranje gele parasol losgerukt die als een gele vurige molen op de kraam van meneer Gramar valt. De kisten met perzikken, tomaten en druiven vliegen omhoog en vallen in een kleurenregenboog bovenop meneer Gramar. Vloekend en tierend veegt hij het gele en rode sap van zijn bochelneus. De ogen van Marlène twinkelen. De zon lijkt ook van het uitzicht te genieten en komt breed lachend tevoorschijn vanachter de grijze wolk.

Iris van Sambeek, Chanteuges augustus 2013

 

 

 

De terugvindtafel 

Ongeduldig rommelde hij tussen de verzameling kranten, post en 'je weet maar nooit wie het nog nodig heeft' spulletjes op de hoek van de grote grenen tafel. Hij rukte de la open, en gooide de lading pennen, plakband, touwtjes, vouwkarton, brillenhoesjes, speelkaarten, puzzelstukjes, vergeelde kassabonnetjes, oude skipasjes, onderzetters, he, een pannenlap, koelelementen die de weg naar de zolder nog niet hebben gevonden, knikkers en handige sleutelsetjes door elkaar. Blijkbaar vond hij wat hij zocht, want met een giropasje in zijn hand, riep hij dat hij wegging.
Geamuseerd had ze de zoektocht van haar jongste zoon gevolgd. De vraag 'wat zoek je' kwam niet eens bij haar op. Ze kon immers vertrouwen op die grote, rommelige tafel waar alle verloren gewaande dingen wachtten tot ze teruggevonden werden door hun wanhopige eigenaar.

De geur van vers gezaagd hout was het eerste wat ze rook. Het daglicht drong niet verder dan een meter de oude werfkelder in. Ze zag een oude man met een kromme rug, die  een groot houten blad aan het schaven was. Blijkbaar had ze genoeg geluid gemaakt om gehoord te worden, want de man hield plotsklaps op met zijn werk en draaide zich naar haar om. 'Kom verder en kijk wat rond', zei hij terwijl hij zijn schaaf weer oppakte. "Ik wil even deze hoek afmaken." Schoorvoetend liep ze de werfkelder in. Tegen de muur leunden tafelbladen in allerlei maten en houtsoorten, in een hoek lag een bos hout. Toen ze dichterbij kwam, zag ze dat het tafelpoten waren, de een was besneden met vogelfiguren, een ander zag eruit als een slank damesbeen, weer  een andere als het stoere been van een voetballer met flinke kuiten en gespierde bovenbenen. Ze kreunde,  het was vast geen goed idee om hier bij deze man een tafel te laten maken. Ze stelde zich de reactie van haar man al voor: mevrouw moet een grote tafel en komt dan met zoiets thuis.
Net toen ze besloot om er stiekem vandoor te gaan, legde de oude man zijn schaaf neer en wierp een blik op haar bollende buik. "Hoeveel kinderen moeten er over een jaar of tien om jouw tafel komen zitten?".  Voor ze het wist, antwoordde ze: "een stuk of vijf, zes hoop ik, maar ik denk dat ik nog even verder kijk". De man keek haar aan en nam haar hand. "Kom, ik heb precies het goede tafelblad voor je". Hij pakte een looplamp en liep naar een van de tafelbladen. "Kijk eens wat een mooie nerf, ik durf te wedden dat al die toekomstige kinderen van je prachtige dingen gaan zien in dat blad. En als je zo'n groot gezin hebt, moet je volgens mij sterke, stoere poten hebben, waartegen geschopt kan worden, waar driewielers tegenaan mogen stoten en die hoog genoeg zijn om de tafel te  veranderen in een tent of een boot". Hij keek haar aan. Zijn gezicht was een netwerk van rimpels, toch leek hij leeftijdloos. Zijn grote oren bewogen mee, toen hij haar onderzoekend aankeek. Een plukje grijs haar viel over zijn voorhoofd. In zijn glanzende donkere ogen leek ze zichzelf te kunnen spiegelen. Deze man begreep wat zij wilde. Hij liep naar de stapel poten en pakte het voetbalbeen: "dit is precies de goede, even de andere drie zoeken." En terwijl hij in de stapel poten rommelde, aaide ze het tafelblad. Het was inderdaad een mooi blad, geschuurd en dof gelakt zou het prachtig zijn. Ze zag zichzelf al helemaal zitten aan die grote, robuuste tafel. "Wil je er ook laden in? Da's wel handig hoor met al die dingen die kinderen willen bewaren en terugvinden". Ze liet haar twijfels varen. De oude man liet haar vertellen wat ze wilde en stelde zo haar ideale tafel samen. "Wat gaat dat eigenlijk kosten?" vroeg ze ineens bezorgd en dacht aan haar spaarpotje waar 250 gulden in zat. "275," Ze aarzelde even voor ze zei "Oké, wanneer is hij klaar?"
 
Thuis beschreef ze enthousiast de nieuwe tafel. Haar man keek wat sceptisch: "wat kost dat dan uiteindelijk?" "250 gulden", loog ze en bedacht dat ze vast wel 25 gulden van haar zus kon lenen. "Je hebt toch wel flink afgedongen hè?". Ze zweeg.

De tafel werd het middelpunt van het huis, waaraan ze at, las, puzzelde en waar het kind stiekem haar eten aan de hond voerde. Hij was ook haar houvast als ze werd uitgefoeterd omdat het huishoudgeld niet klopte, omdat het vlees niet helemaal gaar was, omdat ze een te duur jasje voor het kind had gekocht, omdat zijn lievelingsbroek nog nat was, haar vrijgevochten vriendin op bezoek was geweest, ze de hond niet had uitgelaten of wanneer een van haar vele leugentjes (om eigen bestwil) was uitgekomen.  Ze zat dan met gebogen hoofd te luisteren, volgde met haar vinger de nerf waar ze een wolvenkop in zag en liet de razernij over zich heenkomen.
De tafel was ook getuige van die ene klap. De klap volgde op een ruzie die ontstond omdat ze met een vriendin naar de film wilde.  De klap schudde haar wakker uit haar lethargie. In een flits zag ze het gerimpelde gelaat van de maker. Ze greep de tafel met beide handen beet en schreeuwde: "je mag tegen me zeggen wat je wilt, maar ik WIL NIET dat je me slaat". Zijn hond jankte, het kind huilde.

Gedurende het hele echtscheidingsgevecht bleef ze haar hoofd overeind houden. Soms greep ze zich vast aan de tafel als het geweld van woorden haar uit haar evenwicht dreigden te brengen. Op de dag dat hij verhuisde, ging ze met het kind op bezoek bij haar zus. Toen ze 's avonds weer thuiskwam, was de kamer helemaal leeg.
Zijn hond vond ze zachtjes jankend in de kinderkamer. Er lag een briefje op het bed: " mijn hond laat ik hier, dat is leuk voor het kind".
Een vriendin gaf haar een ronde tafel, van haar broer kreeg ze drie stoelen, haar zus had nog een bankje. De buurman had net een nieuw bed gekocht, zij mocht het oude hebben. Zo vulde haar huis zich met opnieuw. Maar de ronde tafel was wankel en had een hard, glanzend blad waar geen nerf te zien was. Ze miste haar eigen tafel.

Een vriendin vertelde dat de ex-man in een kroeg had gevraagd of iemand belangstelling had voor een grenen eetkamertafel. Hij kon hem in zijn eigen appartement eigenlijk niet kwijt. Een gerimpeld gezicht flitste voorbij. Zonder nog verder te luisteren, pakte ze haar kind en zette het in de wandelwagen. Ze deed de hond aan de lijn, pakte haar sleutels en zei:" ik ga hem halen, trek jij de deur achter je dicht?"

In het flatgebouw zag ze haar tafel al op de galerij staan. "Is hij nou helemaal gek geworden?" Ze streelde het blad en en terwijl ze met haar vinger een nerf volgde, belde ze aan. "Ik wil de tafel terug", zei ze nog voor de ex-man de deur goed en wel open had gedaan. Er gleed een schamper glimlachje over zijn gezicht. "Ik heb net een bod van 175 gulden gehad, maar voor 200 gulden mag je hem meenemen". Dat geld had ze natuurlijk nooit. Maar een plannetje begon te rijpen in haar hoofd. Ze zei rustig: "oké, vanavond kom ik met een busje om hem te halen, morgen maak ik het geld in orde." Alleen al die verbaasde blik was haar 200 gulden waard geweest. Zijn hond kwispelde, maar de man keurde hem en het kind geen blik waardig.

Die avond zat ze, na een half jaar, eindelijk weer aan haar grote tafel met de hond aan haar voeten. Voor haar lagen de nota's van de dierenarts en de dierenwinkel. Met zijn vlooienallergie en blaasproblemen kostte de hond haar bijna 45 gulden per maand aan speciale spuitjes, shampoos en voer. Ze maakte een officiële nota voor de overdracht van de tafel:

Nota

Dierenartsbezoek             Fl 25, 00 p.m
Hondenshampoo.             Fl  5,00 p.m
Voer.                              Fl 15,00 p.m
Liefde, aandacht en verzorging 0,00 p.m

Subtotaal.                         Fl 45,00 p.m.
Kosten voor 6 maanden.            X 6
TOTAAL.                            Fl 270,00
Aftrek tafel.                            200,00

De resterende 70 gulden kunnen worden overgemaakt op girorekening 236578.
Op hetzelfde rekeningnummer kunnen de maandelijkse kosten voor de hond worden overgemaakt.


Ze dacht dat ze de tafel voelde grinniken, maar dat zal wel verbeelding zijn geweest.
De hond sloeg met zijn staart op de grond. Terwijl ze hem uitliet, gooide ze de nota op de bus.

Petra Willemsen, Chanteuges augustus 2013

 

De schatbewaarder

Af en toe legt de winkeldame mij zo, dat ik een glimp van mezelf in de spiegel opvang. Ook al zeg ik het zelf , ik mag er wezen. Ik ben klein met een ranke, gouden hals en ik heb twee heel fijne knipbolletjes. Daarmee kan ik schatten die ik in mij draag, voor de buitenwereld verbergen. Op mijn lichtroze huid zijn met zorg bloemetjes met fijne groene blaadjes geschilderd.
Ik lig al hier al een tijdje te pronken. Hoewel ik uitkijk naar een eigenaar ben ik ook kieskeurig. Onlangs nog. Ik voelde, dat een weke, kleffe, plakkerige hand met van die korte, dikke vingers mij betastte. Mijn knipbolletjes gaan er weer van overeind staan. Gelukkig legde hij me terug. Ik heb ook geen haast en ik wacht veel liever op iemand, die me op waarde weet te schatten.

Ik word wakker gerukt uit mijn dromen, als ik weer word opgepakt. Ditmaal echter door een hand met lange, slanke vingers. Het voelt meteen warm en veilig. Ik hoor de juffrouw van de winkel zeggen: ‘Ja mevrouw dit portemonneetje is wat verkleurd en daarom krijgt u korting.’
Alles aan me protesteert. Gisteren nog heb ik gezien dat ik er zo goed uitzag, dat juist door mijn iets lichtere tint de bloemetjes zo goed tot hun recht komen.  Die lieve mevrouw laat me er gelukkig niet om liggen. Ik mag in haar tas mee naar huis.
 
Ik hoor trots, dat ze haar man vertelt dat ze zo’n schattig cadeautje heeft gekocht voor de Eerste Communie van Elisa. Ik mag uit de tas en verdwijn in een grote, ruwe, eeltige knuist, die droog en  vertrouwd aanvoelt. De man lacht als zijn vrouw vertelt dat ze korting kreeg, vanwege mijn kleur.
‘Er is toch echt niets mis mee, ik vind haar perfect.’
Hij legt mij naast zich neer en zoekt in zijn portemonnee naar de eerste schat, die ik mag bewaren. Trots open ik mijn knipbolletjes zodat hij  een grote munt naar binnen kan schuiven. Het voelt wat onwennig, maar ik glim en ik laat met liefde toe dat ik word verhuld in een fraai papiertje. Ik verheug me op de tripjes die ik met Elisa zal gaan maken.

Ongeduldige handen trekken het mooie papiertje van me af en au, ik voel dat ik op de grond wordt gesmeten. Iedereen is stil. Alleen Elisa krijst dat ze een rode fiets wil hebben en niet zo’n dom, ielig, bleek portemonneetje. 
Alle aandacht is voor Elisa. Ik lig daar maar verdrietig te liggen. Ik kan wel huilen. Een eeltige hand raapt me op, strijkt nog eens liefdevol over mijn lijf en legt me voorzichtig op een kastje.

Pas aan het eind van de dag komt Elisa weer naar mij toe. Ik voel dat mijn knipbolletjes van elkaar worden gerukt en dat ze de schat, die ik van de lieve meneer mocht bewaren uit me rukt. Ze gooit me ruw in een donkere la en daar zal ik voorlopig blijven liggen.

Af en toe vang ik een glimpje licht op. Ik voel dan de hand van de lieve mevrouw. Zal ze? Nee, de la gaat weer dicht en ik blijf vergeten liggen.
Totdat… ik op een morgen heel vroeg wordt gewekt door de stem van mevrouw, die tegen Elisa zegt, dat ze het geld voor het schoolreisje in haar portemonneetje moet doen. Elisa grijpt mij uit de la. Ik heb het gevoel dat ik uit elkaar getrokken wordt als ze mijn knipbolletjes vaneen trekt. Ik tel snel mee, acht dubbeltjes mag ik bewaren. 
Ik weet na afloop niet wat ik liever doe, thuis in de donkere la liggen of met Elisa op reis. Iedere keer als ik even uit de tas mag komen en weer terug moet, heb ik het gevoel dat ik plakkeriger en viezer ben geworden. Ik word misselijk van het heen en weer geschommel in de tas. Ik ben het zat als ik kletsnatte, naar chloor ruikende badkleding en handdoek, bovenop me geworpen krijg.
Aan het eind van de dag ben ik helemaal beurs en ik ben bijna blij met mijn plekje in de la.
Vele jaren gaan voorbij en ik huiver steeds meer als ik mevrouw tegen Elisa hoor zeggen, dat ze mij mee moet nemen.  Ik heb nog één keer in een spiegel kunnen kijken en ik ben toen enorm van mezelf geschrokken.

Elisa groeit op en verlaat  het ouderlijk huis en neemt me mee. Ik neem afscheid, met weemoed, van meneer en mevrouw. Mijne nieuwe thuis is een plekje vooraan op de boekenplank. Hoewel ze me nu haar meest dierbare schatten toevertrouwd, een broche, de trouwring van haar vader en de reservesleutel van haar nieuwe fiets, krijg ik nooit een echte band met Elisa.

Tot vorige week, toen ik haar hoorde vertellen, dat ze overwoog om mij mee te nemen op een verre reis.
‘Ik moet iets meenemen dat mij dierbaar is,’ hoorde ik haar zeggen, ‘en ik denk dat ik dat roze portemonneetje meeneem, dat ik kreeg voor mijn Eerste Communie.’
Ik voel

voor het eerst tederheid als ze me oppakt en met zachte hand mijn knipbolletjes opent.
Ze bekijkt me nog eens goed en zegt: ‘als ik niet beter wist zou ik zweren dat ze veel rozer is en veel meer is gaan glimmen.’

Elly Hagen, Chanteuges augustus 2013 

 

Verhaal van Johananna

Langs de rivier staan met z’n vieren, mooie groene populieren.
Wuiven naar mekaar en van mekaar en duizend groene blaadjes, hebben duizend fluisterpraatjes.
“Wist je dit? Wist je dat?”
Ik zou wel willen weten wat?

De rust, de stilte met als achtergrond muziek het gekabbel van het water en het ruisen van de wilgenblaadjes.
Lieve wilg, vertel me wat je hebt gezien. Je staat maar te staren naar die ongenaakbare rots die hooghartig dit landschap wil domineren.

“Ach meiske, waarom zou ik mijn geheimen prijsgeven? Je zal er niet wijzer van worden. Het is altijd hetzelfde.
De mensen komen en gaan. Ze kleden zich schaamteloos uit, gaan erbij liggen en denken nergens meer aan.
Wat moet ik daar nu over vertellen?”

Maar dat is alleen in de zomer! Er gebeurt toch meer in een jaar? 

“Als de zon niet meer warm is en de brise bezit neemt van deze streek, is het hier stil en verlaten. Dan hoor je alleen het loeien van de wind. De rivier gaat onbedaarlijk te keer en zwelt. Ze neemt bezit van het strandje en knabbelt brutaal aan mijn voet. Dan gooi ik het zomerkleed van me af en sidder van de kou. Ik wacht op de lente wanneer de zon weer warmer wordt. Dan kruipen de nieuwe blaadjes voorzichtig uit hun knopjes en groei en bloei ik weer en kan een zomer lang pronken.
Oh, dat is dan mijn verhaal.”

Lieve wilg, je bent prachtig, je schoonheid past hier helemaal.
Ik beloof je dat ik terug zal komen.

Joanna van Oppen, Chanteuges, augustus 2013

 

Verhaal van Iris


Een witte vlinder fladdert over het lichtgroene gras. Telkens om hetzelfde gebiedje in warrige cirkels. Lichtgroen, dat is nu de wereld van die vlinder. Maar als hij nu iets verder zou fladderen, dan zou er bruingrijs zand in de wereld komen. Een paar vleugelslagen verder, zou een doorzichtige glinstering over het zand brengen. Een ferme fladderende beweging vooruit zou glinsterende laag in een diepdonkergroene stroom veranderen. En met nog een beetje vlindermoed zouden lichtgrijze, donkergrijze stenen strepen oprijzen. De strepen samen geboden tot een rots tillen een dak wat voorovervalt, maar toch nog tros blijft staan. De witte vlinder zou het kunnen zien, maar tot nu toe is zijn wereld lichtgroen. Zou ik die vlinder in iemands anders ogen zijn? Zou de echte wereld nog veel groter zijn? Ik sta op met mijn eerste beetje vlindermoed.

Iris van Sambeek, Chanteuges augustus 2013

 

 


 

2) Verhaal 'De man die woorden verkoopt' Willem van Vliet

De man die woorden verkoopt
Op de hoek van twee straten is een winkeltje.
De inrichting houdt het midden tussen een kleine boekhandel en een archivariaat.
Het is een woordenwinkeltje.
Net als de bakker aan de overkant verkoopt de woordenverkoper veel want de mensen in de stad hebben nu eenmaal woorden nodig en gebruikte woorden moeten weer worden vervangen.
De woorden staan netjes in schappen en kasten gerangschikt.
Elke ochtend komen de marktkooplieden de winkel binnen.
“Hetzelfde recept,” zeggen ze dan tegen de woordenverkoper die de bedoelde woorden voor hen heeft klaarstaan.
Daarna komen de politici, die, van welke partij ook, altijd dezelfde woorden kopen zoals 'in principe' en 'de prioriteit'.
“Goeiemorgen, weertje vandaag, he?” Dat zijn de abonnement-houders.
Een enkele keer komt er iemand binnen die zorgvuldig zijn woorden kiest, maar meestal verlaten de mensen met tassen vol nietszeggende woorden de winkel.
Een klein gebogen mannetje sluipt tussen de kasten en schappen, koopt een paar schuttingwoorden die hij schichtig onder zijn jas steekt.
Soms komt er een vader of moeder binnen met een kindje dat zijn eerste woordjes krijgt.

Als de notaris veel eerder dan normaal binnenkomt voelt de woordenverkoper dat er die dag iets bijzonders gaat gebeuren. “Zes keer 'notariële acte' en twaalf maal 'echtscheidings-convenant', beste kerel”.
En de woordenverkoper heeft een hekel aan de neerbuigende manier waarop hij door de notaris wordt behandeld.
“Er zijn er nog maar acht, notaris”.
“Ik moet er twaalf hebben”.
“Dan moet ik er in de werkplaats bijmaken, notaris. Ik zal ze u snel bezorgen.”
“Doe dat, beste man, doe dat en maak voort”.
En de notaris verlaat de winkel.
De woordenverkoper sloft naar het werkplaatsje achter de winkel. Veel liever maakt hij daar mooie woorden zoals 'waterval' of 'zonnewende', woorden waar hij zo prachtig bij kan neuriën. Die woorden zet hij dan in het lichtbakje naast de aanbiedingen. Maar nu moet hij van die zware woorden maken.

Hij is druk aan het werk als de winkelbel gaat. Hij loopt naar de toonbank en zijn knieën beginnen te knikken. In de deuropening ziet hij haar. De vrouw loopt de winkel in en de woordenverkoper wordt duizelig.
De vrouw is prachtig.
Ze heeft een open blik met grote groene ogen. Haar lange bruine haar golft mee met haar tred.
De woordenverkoper houdt zich vast aan de toonbank. De vrouw loopt zoekend tussen de schappen. De woordenverkoper hoopt dat zij zo snel mogelijk de winkel zal verlaten. Nee, hij hoopt dat zij de winkel nooit meer zal verlaten. Hij wil wegkruipen achter de toonbank, maar het is te laat.
De vrouw loopt naar hem toe.
Zijn blik treft de hare en hij voelt iets waar hij geen woord voor heeft. Een woord dat hij nog nooit heeft verkocht. Een woord dat hij nog moet maken.
De vrouw kijkt naar de woordenverkoper. Haar ogen zien zijn ziel. Hij zoekt vergeefs naar woorden.
“Ik wil graag van u het woord 'zonsopkomst' hebben”, zegt de vrouw.
De woordenverkoper is blij en hij hoort zichzelf heel kort een melodie neuriën.
“Dat woord heb ik niet in voorraad, dat moet ik opnieuw maken”, zegt hij.
“Hoeveel tijd heeft u nodig?”, vraagt de vrouw.
“O, een uur, nee, een dag, nee, nee, een week, ja, ja, een week”. Hij roept maar wat.
“Dat is fijn”, zegt de vrouw, “dan kom ik over een week terug” En zij verlaat de winkel.
De woordenverkoper wist zich het zweet van het voorhoofd.
Hij sluit de luiken voor de etalage, draait de deur op slot. Daarna hangt hij het bordje 'Wegens omstandigheden gesloten' aan de deur.
Hij holt naar zijn werkplaats.
Zo snel mogelijk maakt hij het woord 'zonsopkomst'. Daarna gaat hij het speciale woord maken dat hij aan de vrouw wil geven.
Hij maakt een heleboel nieuwe woorden. Neuriënd maakt hij een grote stroom prachtige woorden voor deze vrouw.

“Woordenverkoper! Woordenverkoper!” Buiten het winkeltje drommen steeds meer mensen samen.
Ze beginnen op de luiken te bonzen, maar de woordenverkoper reageert niet.
Hij maakt parmantige woorden, lieve woorden en koosnaampjes voor de vrouw, met schroom maakt hij zelfs een paar vieze woordjes voor haar.
Maar dat ene woord, het woord der woorden dat hij nu moet vinden; hij vindt het niet. De eerste dag niet, de tweede dag niet. De hele week niet.
Een grote schare advocaten, ambtenaren, onderwijzers en de notaris, de halve stad staat voor het winkeltje.
“Woorden, we moeten woorden hebben!” roepen de mensen. Het openbare leven loopt uit de hand.
Branden worden niet meer geblust omdat niemand kan zeggen dat er brand is.
De mensen moeten verkeerde woorden gebruiken, velen moeten al zwijgen en de dorpsomroeper staat alleen maar drukke gebaren te maken.
Het gebons wordt luider en luider. De mensen beginnen aan de deur en de luiken te rammelen.
Op de dag waarop de vrouw zal terugkeren komt de woordenverkoper uit het werkplaatsje en sloft naar de deur.
“Ja, ja, ja, ja, ja, ja, ik kom al”, roept hij en hij is blij dat hij pas nog zijn voorraad 'ja's' heeft aangevuld.
Woedend stormen de mensen de winkel binnen.
De woordenverkoper moet eerst een heleboel scheldwoorden verkopen die de mensen meteen tegen hemzelf gebruiken.

Hij moet zelfs een paar woorden gratis meegeven om de mensen te kalmeren, maar hij doet die dag goede zaken want veel mensen kopen ook reservewoorden in.
Aan het eind van de dag.
Het is bijna sluitingstijd.
De winkel is weer leeg.
Wanhopig probeert de woordenverkoper nog één keer het woord te vinden.

De deurbel. De vrouw komt binnen.
De woordenverkoper houdt zich vast aan de toonbank. Ze is nog mooier dan vorige week. Een glans omgeeft haar gestalte. Ze glimlacht naar hem.
De woordenverkoper wil in haar ogen verdwijnen.
Het door de vrouw bestelde woord ligt klaar. Ze neemt het pakje aan en ze betaalt.
De woordenverkoper wil de speciaal voor haar gemaakte woorden overhandigen, maar hij weet dat dat niet kan zonder het ene woord, het toverwoord dat hij niet heeft.
Hij begint te trillen en er komt dikke mist in zijn hoofd.
Hij kijkt de vrouw aan.
“Ik heb een woordenwinkel... een woordenwerkplaats... een heel leven tussen de woorden en het liefst schenk ik u nu een wonderwoord, maar ik heb het niet”, stamelt de woordenverkoper.
“Ik weet het,” zegt de vrouw zacht en kijkt hem aan. En daarop fluistert zij tegen hem het woord dat hij niet kon vinden.

 

 

©Willem van Vliet

Uit: De Man die Woorden Verkoopt en Andere Verhalen
www.leesmijnboek.nl
2006, ISBN 978-90-5595-001-0

 

 

Verslag 'schrijven bij Artedu' 2005 olv  Elle Eggels

***

dorpen oud en klein
kruidige geuren in je neus
dit moet Frankrijk zijn

Haiku's verzinnen is niet moeilijk op de oever van een kristal heldere rivier, wanneer je je ook nog laat bedwelmen door de geur van lavendel en thijm en honderd onbekende kruiden, terwijl je je afvraagt of de bergen nu groen of toch blauw zijn en je soezerig begint te worden van de warme zon en de koele wijn. De woorden, de vergelijkingen en de mooiste beeldspraken komen dan vanzelf naar je toe, je hoeft niet meer te doen dan ze beet te pakken en in je notitieblok vast te houden.
Mijn eerste schrijflessen in de Franse Auvergne waren een feest. De cursisten hielden niet op het te zeggen. Zelfs voor mij als docente kreeg het leven weer een heel nieuwe dimensie. Een week lang spelen met woorden, gedachten en gevoelens. Je geeft ze een kleur, je zet ze dik aan of je zet ze flinterdun op papier. Het is net als schilderen of fotograferen, je doet het natuurgetrouw of impressionistisch. Ook de schrijver moet zoeken naar de juiste kleurtoon die moet weergeven wat hij wil vertellen. Ook de beginnende auteur heeft het aanvankelijk moeilijk om klanken en kleuren te mengen tot zijn woorden een interessant beeld opleveren.
Ik heb een week lang met mijn cursisten gewerkt aan projecten die de ze thuis al hadden opgezet - wat geen vereiste was. Ze hadden elk hun eigen stijl, de ene moest ik intomen, de ander moest ik porren om wat prozaischer te worden. Aan het begin van de week levert dat nog wat frustraties - ik zag hetzelfde gebeuren in de schilderklas - maar aan het eind van de week begon iedereen aan het gereedschap te wennen. Het is geen kwestie van simpel en hardnekkig doorzetten, het is veel meer op jezelf vertrouwen. Ik geloof dat ik dat mijn cursisten heb kunnen meegeven.
De basis van mijn cursus is autobiografisch schrijven. Hoe meer ik dit soort schrijfbegeleiding geef, hoe meer ik er achter kom dat er over de hele wereld gigantische bestsellers liggen, hoeveel levens de moeite waard zijn om er een boek over te schrijven. Deze week heeft weer een paar diamantjes opgeleverd, ik hoop dat ze goed geslepen worden, ik werk er graag aan mee.

Elle Eggels 

Verhaal 1 'beroemd, oud, theater' 

Een door een panty subtiel glanzend, prachtig gevormd onderbeen, dat uitliep in de welving van een hoge wreef in een dure, hooggehakte schoen, verscheen in de opening van het portier van de zilverkleurige limousine.
Kreten van opwinding stegen op uit de menigte. Ze was er, eindelijk!
Er verscheen een tweede been en de rest van de vrouw op wie zij allen al zo lang hadden gewacht, werd stukje bij beetje zichtbaar. Met elke centimeter werd de spanning groter, hoorde je adem stokken, als van een snelkookpan waarin de druk langzaamaan werd opgevoerd.
Een hand met lange, sierlijke vingers met roodgelakte nagels kwam tevoorschijn. Een gouden ring met een diamant, zo groot alleen de grootsten onder de groten waardig.
Eén en al geflonker en geschitter. Vervolgens haar ranke hals en fijn gevormde neus in een roomwit gelaat, omzoomd door de in toom gebrachte golvende lokken van de volmaaktheid van het sterrenrijk. En toen zij eenmaal bevallig uitgestapt was, schreed zij over het rode tapijt van de wereld die voor gewone zielen alleen te aanschouwen was van een afstand en die haar leidde naar de gouden en paarsrode pracht van het ultieme heiligdom. Daar kwamen de grootste beroemdheden tot leven, op de roodbruine planken van het podium, glanzend van de passen van de legendes die hen voorgingen.
Ze zweefde bijna naar binnen, gedragen door de aanbidding van haar bewonderaars en wie was dat niet? Net voor ze de van de kroonluchters glinsterende entrée binnenging, slaakte ze een onhoorbare zucht van verlichting. Ze had het wederom zonder kleerscheuren volbracht.
Ze keek nog eenmaal om en wuifde sierlijk met haar linkerhand en verdween toen in de tempel van het theater.  Daar bleek het nog voller te zijn dan buiten, het leek wel of alle beroemdheden die bestonden zich hier hadden verzameld om haar te aanschouwen. Begeleid door een jongeman, met een glimlach die wel leek vastgeplakt te zijn en haar deed denken aan een masker, ging ze haar weg naar de kleedkamer, die vol bloemen, lichtjes en kostuums op haar wachtte. Ze knikte hier en daar naar enkele bekenden, raakte ergens een arm aan en probeerde zo snel als ze kon, zonder onbeleefd over te komen, haar weg te vervolgen. De hindernisbaan was echter nog niet voorbij. De mensen die als horden op haar pad stonden, wilden allemaal die speciale aandacht van haar, als ongelukkigen snakkend naar een glimp van een verlichte ziel. Ze schudde nog wat handen, wisselde enkele woorden met een paar afgezanten van het koningshuis, struikelde bijna over de sleep van een uitbundige avondjurk en haastte zich toen naar de schaars verlichte gang  waar zich de kleedkamers bevonden. Eindelijk was daar de deur met haar naam erop, haar artiestennaam. Ze nam het goudkleurige bordje met de gegraveerde letters, die haar naam vormden, in zich op en voelde zich alsof ze in een film rondliep, waarin zij de hoofdrol bleek te hebben.
Ze legde haar hand op de klink en opende de deur naar haar moment van rust, voordat de uitbarsting van artistieke virtuositeit, die zij het hare mocht noemen, zou beginnen.
Haar begeleider nam haar even op, knikte en nam zijn plaats in vlak naast de deur, om eventuele nieuwsgierigen buiten te houden en haar privacy te garanderen.
Ze sloot de deur, bleef er even tegenaan staan en voelde de moeheid in haar al wat oudere lichaam. Spanning sijpelde als druppeltjes langzaam van haar af.
Ze liep naar de grote, met lampjes omlijste spiegel en liet zich op de stoel die ervoor stond, neervallen. Er was even een soort vacuum, alsof niets meer bestond en ze rondzweefde in een grote wattenwolk. Ze slaakte een zucht, opende haar heldergroene ogen en keek in het gezicht van een mooie, jonge vrouw.  De vrouw, op haar beurt, keek haar aan met een onbevangen, maar onzekere blik, groen als gras, onwetend van de wereld van glamour en glitter.
Ze wist , dat het gevierd zijn haar niet haar veranderd. Ze was nog steeds dezelfde, het angstige meisje dat ze in de spiegel zag. Ze voelde nog altijd de zenuwen door haar lijf gieren als ze langs al die mensen moest en vlak voordat een voorstelling begon, alsof ze voor eeuwig auditie moest blijven doen voor haar droomrol. Ze kneep haar ogen een klein beetje toe en nam zichzelf eens goed op. Langzaam verschenen de lichte rimpels weer in haar gelaat, zag ze de door een visagiste professioneel aangebrachte make-up, haar kristallen oorbellen, haar gave, blinkend witte tanden, haar perfecte coupe, haar volledig gemaakte buitenkant.
Wat was er nog van hààr? De trilling in haar middenrif, de adem die ze voelde in haar keurig gestifte mond, het nerveuze getik van haar rechterwijsvinger op de make-uptafel?
Al die jaren vol roem, pers, schreeuwende menigtes, mannen die haar adoreerden, vrouwen die haar als haar grootste voorbeeld zagen…..Ze had zich precies zo gedragen als zij gewild hadden, ze had de perfectie ontwikkeld van de ultieme vedette. Bitter realiseerde ze zich, dat ze in dat hele circus één ding vergeten was: zijzelf. In haar zat het kleine meisje, dat ze altijd was geweest, nog steeds. Ze had haar willen doen overschreeuwen met het geluk van de roemrijke wereld van de bekendheden, gehoopt dat ze zou verschrompelen bij al de glorie die er voor haar in petto lag. Ze had zich vergist, zag ze nu. Zij was niet te overschreeuwen, want ze bestond en ze was levend als tien, twintig, dertig jaar geleden en zelfs langer.
"Nou," zei ze tegen haar spiegelbeeld, "ik had niet verwacht jou ooit nog tegen te zullen komen."
 
Ze vonden haar, onderuitgezakt op de stoel, met één arm hangend over de armleuning, levenloos als een lappenpop. Ze had haar make-up weggeveegd en de beginnende lijnen van de ouderdom waren zichtbaar geworden. Haar haren, waar ze de lak uit had weggeborsteld, vielen op een natuurlijke manier over haar schouders. Ze was mooier dan ooit tevoren.
Een zachte glimlach lag om haar mond, als de liefdevolle lach van een moeder die haar armen opent voor haar kind.

 

Verhaal 2 'de P van Plantinga'

geschreven door Anouk Plantinga juni 2005

Ik moet een jaar of negen zijn geweest, toen ik haar op wonderbaarlijke wijze in het vizier kreeg. In haar grote, blauwe auto met de witte caravan erachter. Mijn grootmoeder, op een verlaten weggetje in Frankrijk. Ik was dol op dit soort onverwachte gebeurtenissen en gilde vol vuur naar mijn vader, dat hij moest stoppen.
Hoe ik het voor elkaar kreeg om ook de auto van mijn grootmoeder tot stilstand te brengen, kan ik me niet meer voor de geest halen, maar het lukte. Bij het uitstappen keken we elkaar stomverbaasd aan en mijn zusje en ik begonnen te springen van opwinding. Hoe was het mogelijk, dat wij elkaar hier troffen, op dit stille landweggetje, waar de enige andere levende wezens een paar bruingroene hagedissen waren, die wegschoten voor onze voetstappen? We zoenden haar op haar zachte wangen en ondertussen kakelden we allemaal door elkaar heen, totdat het stof van de onstuimige ontmoeting was neergedaald en de rust teruggekomen.
Ze zag er moe uit en oud met vettige slierten haar in haar nek en blauwachtige wallen onder haar vermoeide, grijsblauwe ogen. Ze had er genoeg van gehad, vertelde ze, genoeg van de starheid van grootvader. Ze had geen zin meer in zijn zwijgzame protestacties en had in een opwelling haar koffer gepakt en de caravan achter de auto bevestigd. Zo mans was ze wel.
Toen was ze er vandoor gegaan, zonder zelfs nog gedag te zeggen. Nou was er wel vaker iets gaande tussen die twee en meestal niet van vrolijke aard. Het leek wel of ze er een sport van hadden gemaakt om de sfeer zo onprettig mogelijk te maken en te houden. Alsof dat het enige was dat ze kenden en er geen benul van hadden dat je het samen ook fijn kon hebben. Zij klaagde steen en been over en tegen hem en ondernam van alles in haar eentje als een opstandig klein kind. Hij had zijn stille, eigenaardige vorm gevonden in het verzamelen van alles wat los en vast zat en stouwde elk hoekje van hun huis ermee vol. Ook trok hij zich, gelukkig lag daar zijn hart, in de tuin, zijn domein, zoals het huis het hare was.
Zo waren wij, de mensen om hen heen, de getuigen van hun bizarre samenzijn, als zwijzame toeschouwers die de voorstelling niet begrepen en het lef niet hadden om om opheldering te vragen.
We waren dus niet verbaasd, dat het weer hommeles was, maar wél onder de indruk van deze erg radicale actie. Grootvader alleen achterlaten om er met de auto en de caravan vandoor te gaan! Onze reactie bracht enkel triomfantelijkheid bij haar teweeg. Ze rechtte haar rug waardoor ze nog langer leek dan ze al was. Haar gelaatstrekken tekenden zich ineens scherper af. Was het de felle zon, die de contrasten van licht en donker deed versterken of was het haar trots, die haar gezichtsstructuur nog duidelijker deed uitkomen?

We besloten naar een dorpje iets verderop te rijden en bij te praten op het terras van een Café des Sports, waar een paar bepaald niet sportieve oude mannetjes hun glaasje Pastis zaten te drinken. De schreeuwerige kleuren van parasols en de plastic tafelkleedjes staken schril af tegen de doffe, vale tinten van het oude dorpje. Mijn zusje en ik, altijd in voor een terrasje, waren blij met dit uitstapje en verheugden ons op het de geeloranje bubbels in de bolle flesjes Orangina, die voor ons bij het Franse gevoel hoorden, net als de Carambarsnoepjes en de onvergetelijk vieze, gepasteuriseerde melk uit zakken, die je na opening meteen moest opmaken. Eenmaal voorzien van drankjes, warm en koud, raakten de volwassenen aan de praat over hun plannen. Wij kinderen gingen op in ons vloeibare goud dat we door buigrietjes naar binnen zogen totdat mijn aandacht in beslag werd genomen door een kat zonder staart en één oog, waar ik achteraan ging met mijn zusje in mijn kielzog. Slingerend door oude, op het oog verlaten straatjes, die uitkwamen bij een koud stroompje, verloren we de kat uit het oog, gefascineerd door het krioelende waterleven van visjes, schrijvertjes en wonderlijke beestjes die in een soort kokertjes huisden. We poedelden wat rond in het water tot het geroep van ons bekende Nederlandse stemmen ons weer terugbrachten bij het terrasje. Daar vroegen mijn ouders mij hoe ik het zou vinden om een weekje met grootmoeder mee te gaan.
Dat ze mij  vroegen en niet mijn zusje, lag voor de hand. Zij hing meestal als een pasgeboren baby aan mijn moeder en kon letterlijk ziek worden van heimwee, terwijl dat woord in míjn vocabulaire niet voorkwam. Ik was een avonturier en zodra de gelegenheid zich voordeed, nam ik de benen op zoek naar nieuwe ervaringen en interessante wezens, groot of klein, mens of dier, dat maakte me niet uit.
Met grootmoeder en de caravan op pad? Ja, waarom niet? Dat was weer eens wat anders dan het beige, katoenen tentje delen met mijn zusje die lek werd gestoken door de muggen die mij blijkbaar geen lekker hapje vonden, tot mijn vreugde. Bovendien vond ik het ook wel een beetje zielig, mijn grootmoeder zo alleen en ik wilde haar best gezelschap houden zodat ze misschien wat vrolijker zou voelen. Een weekje in de caravan sprak mij wel aan. Dus werden mijn spullen, na het bespreken van wat praktische zaken, door mijn moeder overgeheveld van de ene naar de andere auto- mijn vakantietas die al bij me hoorde zolang ik me kon herinneren, een slap geval waar je spullen in gingen zwerven. Hij was groenbruin, die van mijn zusje goudkleurig en mijn vader had een rode. Het Tina-vakantieboek moest natuurlijk mee en mijn onderwegtas met wat spelletjes en een pakje sap en een zakje met nootjes, rozijnen en dropjes. Ook mijn slaapzak werd overgeladen en ik sloeg het met enige trots gade. Misschien zal ik het best spannend gevonden hebben, maar dat liet ik dan totaal niet merken. Ik had al lang geleden de stoere rol op me genomen, nooit bang, maar zelfstandig en ondernemend. Mijn zusje was precies het tegenovergestelde, alsof het ene aan mij was uitgedeeld bij de geboorte en het andere aan haar.
Ik draaide mij om en zwaaide tot de eveneens zwaaiende hand van mijn zusje in de groene Citroën Ami verdwenen was, eerst een vage vlek, toen een stip en toen niets meer, alleen het zwarte asfalt dat trillend overging in de zinderende, hete lucht. Ik hoorde een hond blaffen en keek mijn grootmoeder aan. Ze lachte en reed ervandoor, op weg naar ons avontuur samen.


Irene volgens Anouk.  Chanteuges, juni 2005.


Ze rijst op uit de schuimende golven van de woeste zee, die schitterend tussen de groene bergen ligt, traag als een koningin, weelderig als een godin, mooi als een nimf.
Haar naam is Floretta de la Mar.
Vrouwe van het paradijs, hoedster van de hof van Eden. Waar zij haar voetstappen achterlaat, veranderen ze in geurige bloemen. Haar golvende bruine lokken, gouden huid en deinende dijen doen elke man de adem benemen en begeerte in hen opwekken.
Ze lokt ze binnen in haar hof met haar sprankelende lach en lonkende zachtbruine ogen. Haar zoete geur doet ze bedwelmen en in hun betovering volgen ze haar waar zij maar wil. Eenmaal binnengesloten in haar vochtig schemerende vrouwendomein verschijnt de wilde, donkere vrouw die in haar schoot leeft.
Genadeloos slaat zij toe en verzwelgt ze van top tot teen.
In die ene kwetsbare seconde, blijft er niets meer van ze over, enkel de liefde.

logies, omgeving, data/prijzen klik op de knoppen bovenaan deze pagina 

Terug naar cursus, workshop:

tekenen/schilderen - fotografie - film- zingen - gitaar - saxofoon - accordeon -  muziekensemble - schrijven - filosofie  - conversatie Frans - training teken en betekenis